5.3.1 Gaven

Introductie: Kikker is kikker

  1.  Waar ben je goed in, waar ben je minder goed in?
  2. In hoeverre ben je je ervan bewust wat God van je wil? Hoe kom je daar achter?

Gaven van de Geest

Lezen: Exodus 4: 10- 17

Geloof je dat God je dingen wil laten doen die je eigenlijk niet kan of wil?

  1. Toch gaat Mozes uiteindelijk. Waarom?
  2. Waar liggen voor jou de grenzen in discipelschap?

Gaventest: introductie op voorbereiding

Gaventest_EW

5.4 Grenzen

Je kan gemotiveerd zijn om iets te doen en het ook kunnen, maar moet je het dan altijd doen?

We gaan allemaal anders met grenzen om. Er zijn vier manieren waarop we moeite kunnen hebben met grenzen stellen. 1. Mensen, die geen nee kunnen zeggen (de meeloper) . 2. Mensen die geen nee horen (de overheerser) . 3. Mensen die geen ja kunnen zeggen (de niet-ontvankelijke) . 4. Mensen die geen ja kunnen horen (de vermijder) .

Stel dat het verhaal van de Barmhartige Samaritaan zo verder gaat:

De Samaritaan heeft de gewonde man naar de herberg gebracht en zijn verzorging geregeld en staat op het punt weg te gaan. De gewonde man komt bij en vraagt: ‘Waar ga je naar toe?’ ‘Ik heb in Jericho wat zaken af te handelen’ zegt de Samaritaan. Maar de gewonde man wordt boos: ‘Vind je ook niet dat je egoïstisch bent? Ik ben er nogal slecht aan toe. Ik heb iemand nodig om mee te praten. Hoe kan Jezus jou nu als voorbeeld gebruiken? Je handelt niet eens als een christen als je mij hier zomaar in deze ellende achterlaat. Waar blijft het ‘verloochen jezelf’?” Tjonge, ik denk dat je gelijk hebt’zegt de Samaritaan. ‘Dat zou van mij niet zo zorgzaam zijn als ik jou hier alleen achterliet. Ik zou meer moeten doen. Ik zal mijn reis enkele dagen uitstellen.’

Dus hij blijft gedurende drie dagen bij de man terwijl hij met hem praat en erop toeziet dat hij gelukkig en tevreden is. In de namiddag van de derde dag wordt er op de deur geklopte komt er een boodschapper binnen. Hij overhandigt de Samaritaan een bericht van zijn zakenpartner in Jericho: “Zo lang mogelijk gewacht. Besloten de kamelen aan een ander te verkopen. Onze volgende karavaan arriveert over zes maanden”.

Hoe vind je deze reactie van de Samaritaan om bij de gewonde man te blijven? Waarom had hij ook rustig weg kunnen gaan? Welk probleem hebben deze twee mensen met grenzen?

5.6 Afsluiting

Honing Ik hoor hoe ik praat naar jouw mond

Om de gevoelige snaar te raken

Dat ik, wil ik je bij mij houden

Je moet blijven vermaken

De zinnen die mijn mond verlaten

Waarvan ik weet dat ik ze loog

De honing om jouw mond wordt dikker

Maar mijn lippen worden droog

Ik dans naar jouw pijpen

Bang dat ik je anders ontrief

Durf jou niet tegen te spreken

Straks vind jij mij minder lief

Smeer honing om jouw mond

Om dat te krijgen waar ik voor kom

Daarvoor kan ik even niet eerlijk wezen

Vandaar dat ik mij vermom